Kastelen In Nederland.nl

Te Vliet

Hede ten dage...

Adres
Lopikerweg oost 164
Plaats
Lopikerkapel
Gemeente
Lopik
Provincie
Utrecht
Coördinaten RD x - y
131,425 - 444,925
Coördinaten dec nbr -ol
51.9922360 - 5.0440970
Bestemming
Wonen
Commentaar? hier
Datum gegevens
di 10 september 2013
 

Locatie:

Enkele kilometers ten zuiden van IJsselstein, op de oude kapalse strooomrug in het dorp Lopikerkapel.

Functies:

woning
woning

Geschiedenis

Voldoet aan definitie
voldoet
 

Etymologie:

De naam van het huis zou daarbij van een veldnaam afgeleid kunnen zijn. Er is echter een onontkoombare relatie met de familie Van (den) Vliet die in deze buurt woonde.

Bouwgeschiedenis:

Stichting
1375
Typologie
Zaaltoren
Afm. hoofdburcht (m)
11,7 x 12,8 m
Zichtbare toestand:
Intact
Afmetingen toelichting:
De oorspronkelijke buitenmaat van de donjon bedroeg ca. 11,7 x 12,8 m en de oorspronkelijke binnenmaat 7 x 9,3 m.
Bron:
Het huis wordt voor het eerste vermeld als belending van de Lekdijk.

Bouwgeschiedenis:

Het huidige Huis te Vliet heeft -als men de later aangebouwde opstallen wegdenkt- het aanzien van een 19e-eeuws buitenhuis. Op het eerste gezicht doet het in niets denken aan een 14e-eeuwse donjon.
Op begane grondniveau -het vroegere kelderniveau- is nog ca 60% van het muurwerk van de oorspronkelijke donjon aanwezig. Op plaatsen waar het pleisterwerk is verdwenen, is te zien dat het om 14e-eeuws metselwerk gaat. De enige uitzondering hierop vormt het restant van een stenen trap in de muurdikte van de oostelijke gevel, die vroeger vanaf de eerste verdieping waarschijnlijk de enige toegang tot deze ruimte vormde. In de westelijke zijwand van deze trap zijn stenen zichtbaar van het formaat 31 x 16 à 15 x 9 cm. De dikte van de stenen duidt op een datering in de 13e eeuw. Maar omdat de stenen hier secundair zijn verwerkt, kunnen zij voor de datering achterwege blijven. Het trapgewelf is weer 14e eeuws. De muur, waarin deze trap is opgenomen, is bijna nog geheel aanwezig en heeft een imposante dikte van ongeveer 2,5 m. De noordgevel, waarin enkele doorbraken zijn gemaakt, onder meer voor een trappenhuis, is bijna 2 m dik.
De zuidgevel (de voorkant) is voor bijna de helft nog aanwezig en heeft een dikte van 1,45 m. Of deze muur oorspronkelijk dikker is geweest, kan pas worden vastgesteld als de pleisterlaag wordt verwijderd. De westelijke gevel, die een dikte had van ca 2 m, was tot 1937 nog vrijwel geheel aanwezig. Bij de toen uitgevoerde verbouwing is de muur grotendeels gereduceerd tot 30% van de oorspronkelijke dikte.
In het midden van de 16e eeuw is door een grootscheepse aan- en verbouw de donjon onderdeel gaan uitmaken van een aanzienlijk buitenverblijf. Als bouwheer komt Gijsbert van Hemert in aanmerking. In 1556 en 1561 leende hij 4496 gulden, waarbij beide keren een hypotheek op het huis werd gevestigd. In 1557 verkocht hij het huis Amerongen. Dit heeft wellicht ook met de hoge verbouwingskosten van Huis te Vliet te maken gehad. De donjon werd aan de westzijde uitgebouwd met twee naast elkaar gelegen bouwmassa's. Beide bouwdelen kregen zadeldaken met trapgevels. Aan de kop van deze westkant kwam een -vermoedelijk latere- aanbouw met schilddak. Op deze wijze ontstond een rechthoekig huis met een afmeting van ongeveer 20,4 x 12,8 m. Op de benedenverdieping van de donjon werden twee woonlagen gebouwd.

Bezitgeschiedenis:

Aan het begin van de 14e eeuw heeft een zekere Giselbertus Bokel van den Vliet grond in het gebied in bezit als leenman van de heren Van Amstel. Hij behoorde tot de lagere adel en was gehuwd met Hesse, dochter van de heer van Asperen. Verwantschap met het gelijknamige geslacht van het kasteel te Vliet bij Oudewater kon niet worden vastgesteld. Giselbertus Bokel van den Vliet was tevens leenman van het Sticht en van de heer van Arkel. In 1327 werd hij gedeeltelijk in het gelijk gesteld in een conflict met het kapittel van St. Marie betreffende het patronaatsrecht van de naast het huis gelegen kerk van Lopikerkapel. Deze Giselbertus kan tevens de stichter zijn geweest van de enkele honderden meters westelijker gelegen hofstede te Vliet, die ca 1382 wordt genoemd als Stichts leen. De bezitter ervan is op dat moment Willem van den Vliet (Gerardsz.), vermoedelijk een nazaat van Giselbertus. In de leenakten van het Sticht wordt de hofstede in 1457 voor het laatst genoemd, zodat kan worden aangenomen dat zij in de tweede helft van de 15e eeuw is verdwenen.

Historische betekenis:

Gezien de situering van het kasteel aan de weg naar Schoonhoven en de ligging van twee kastelen in Hollandse invloedssfeer aan diezelfde weg -Zevender (Z.H.) en Ter Heul- lijkt het niet onwaarschijnlijk dat Te Vliet ook een strategische rol speelde in de verdediging van het Sticht.

Verwijzingen

Kastelenlexicon
 

Publicaties:

Taco Hermans - Middeleeuwse woontorens in Nederland : de bouwhistorische benadering van een kasteelvorm, 2016 -- blz 205-207 (met illustratie)
Taco Hermans - Woontorens in Nederland; bouwhistorische gids voor middeleeuwse woontorens, 2015 -- blz 208-211 (met illustratie)
Janneke van Dijk - Huis te Vliet, 2015 -- blz 16-18 (met illustratie)
R.J. Ooyevaar - Lopik : Huis te Vliet, 1997 -- blz 49-50
Ben Olde Meierink - Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, 1995 -- blz 437
C.G.M. Noordam - Kasteel Huis te Vliet, 1994
A.J. van der Aa - Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, 1839 -- DL.11 760