KastelenInNederland.nl

Kasteeldefinitie

De meeste gebruikte definitie van een kasteel in Nederland is die van professor emeritus Hans L. Janssen:

Het kasteel is de versterkte residentie van een heer; het verschijnsel is onverbrekelijk verbonden met de feodale maatschappijvorm, zoals die in de middeleeuwen in Europa voorkwam. Als versterking is het een private defensieve structuur, die door een heer en zijn familie met enige dienaren en vazallen wordt bewoond en kan worden verdedigd. Het kasteel moet onderscheiden worden van communale, meestal van het centrale gezag uitgaande versterkingen.

In deze definitie komen een aantal begrippen naar voren als versterkt, feodaal en heer.

Versterkt.

Een bouwwerk is versterkt als deze zich kon weren tegen aanvallen zoals die in de middeleeuwen zich voordeden. In Nederland moet je je daar over het algemeen geen legers van duizenden tot de tanden bewapende soldaten bij voorstellen. Meestal waren dit enkele goed uitgeruste ridders te paard en een groep van 10 tot 50 boeren die onder de wapenen waren geroepen. De meeste versterkte huizen waren daar dan ook op gericht. Een gracht met daarbinnen een gebouw met muren van minimaal 60 cm dikte was een zeer goed te verdedigen huis in de middeleeuwen. 

Uiteraard waren er ook situaties waarin wel degelijk een leger optrad. Dit zijn dan ook meestal de kastelen van de hoogstgeplaatsten (graven en hertogen). Deze kastelen waren dan ook veel beter verdedigbaar, muren van 1 m dikte vormen dan geen uitzondering.

Feodaal

De kastelen zijn met name in de middeleeuwen ontstaan. In deze periode ontbrak het centrale gezag en zag iedereen zich genoodzaakt zichzelf te verdedigen. Deze periode strekte zich uit van 1000 - 1550. Kastelen die na 1550 zijn gebouwd voldoen over het algemeen niet aan de definitie van een kasteel.

Heer

Een kasteel werd veelal bewoond door een familie en zijn knechten. Dit geldt niet voor alle kastelen. De fraaie ringwalburchten en kastelen als Muiderslot en Loevestein werden 'bewoond' door een kleine groep verdedigers met een kastelein aan het hoofd..

Kortom een strakke definitie waarbij verdedigbare boerderijen, kloosters, kerken of stadshuizen worden in- of uitgesloten is moeilijk te geven. Zie ook Nieuwe kastelen.

Einde kasteel tijdperk

Het einde van het kasteel tijdperk is een overgang naar een ander gebruik van deze gebouwen. Dit komt omdat kastelen over gingen in forten (Vredestein, Loevestein, Muiderslot) of bestaande kastelen werden meer lusthoven (Middachten, Duivenvoorde) of de huizen van de nieuwe rijken werden in kasteel-stijl opgetrokken (Cannenburg, Huis te Linschoten, Biljoen).

Een greep bekende castellogica en hun gehanteerde eindjaar:

Reijen - Middeleeuwse kastelen in Nederland( blz. 10)    1500
Janssen - 1000 jaar kastelen, blz 12  1550
Kransberg - Kastelengids (blz 7) 1500
Eliëns - Kastelen in Gelderland (blz 7)   1600
Oirschot - Kastelen in Noord-Brabant 1550
Broecke - kastelen in Zeeland  1400
Groesbeek -  Middeleeuwse kastelen in Noord-Holland   < 1550
Olde Meierink - Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht   1600
Olde Meierink - Kastelen in Limburg   < 1800
Jas e.a. - Kastelen in Gelderland     1600

Middeleeuwse kastelen zijn gebouwd na 1000 en vóór 1550.

bronnen:

H.L. Janssen - Het kasteel centraal, 1992
H.L. Janssen e.a. - 1000 jaar kastelen in Nederland, Utrecht, 1996
A. Brown - Europese kastelen, 1981
Otto Piper - Burgenkunde, 1967